Ach eens waren het rennende voeten door de gangen, vermanend toegesproken door een onderwijzer of onderwijzeres, toen nog geen onderwijs pedagoog maar gewoon meester of juf.
Om 10 uur het speelkwartier en tussen de middag naar huis even een boterham eten en dan weer naar school, ’s middags weer even naar buiten en dan eindelijk naar huis.
Je was gekend, de meester of juf, de onderwijzer wist wie en wat je was, waar je woonde en wat en wie je ouders waren. Zij hielden een oogje in het zeil, zodat je niet ontspoorde of ongemerkt gekke dingen deed, men was betrokken bij jouw lief en leed.
Thuis ging je huiswerk maken, soms wat boodschappen doen, spelen of lezen.
Vandaag de dag zitten er enkele honderden kinderen op een basisschool of een nog groter aantal op de bovenbouw, om van het hoger beroepsonderwijs maar niet te spreken.
Ja, want onderwijs is heel belangrijk, daar leer je wat en wie je bent, door de vaderlandse geschiedenis, daar leer je rekenen en taal, maatschappijleer, biologie, wis en natuurkunde en uiteraard aardrijkskunde, althans zo had ik het ooit begrepen.
Heden ten dage is dat voorbij, als kind begin je met het maken van een toets, daaruit moet blijken of je wel intelligent genoeg bent voor de groep, want je zit niet meer in een klas maar in een groep en vandaar ga je je verdere schoolleven van groep tot groep, anoniem en geheel aan je lot overgelaten.
Niet de onderwijzer, alleen het woord al, onder wil dus zeggen van onderen af en wijzer maakt je wijzer, wijst je de richting aan, geeft je onderricht, is meer verantwoordelijk, nee de Cito of andere toets, waarmee de school kan aantonen dat zij hun taak hebben gedaan en hebben voldaan aan de eisen van het Ministerie.
Ook dat Ministerie is iets raars, net zelfrijzend bakmeel of een konijnenren, je stopt er twee in en voor je het weet is het een plaag, want werden de scholen minder en minder, werden er overal openbare scholen gesloten, het ministerie groeide en groeide en produceerde de ene naar de andere toets, systeem, leermethodiek of vroeg derden om dure raad.
Het onderwijs verslofte, de Nederlandse leerling, ging vaker naar huis omdat er geen leerkracht voor handen was, maar als een nette gezagsgetrouwe ouder voor een kind vrij vroeg vanwege persoonlijke omstandigheden, dan was daar de alom machtige leerplichtwet en het dure ambtelijke apparaat direct paraat om de overtreder te beboeten of minimaal ernstig te waarschuwen, want als we allemaal maar gaan doen wat we willen is het hek van de dam.
De naschoolse opvang ook al zo’n moderniteit, was vroeger de moeder die thuis was om de problemen van alle dag op te vangen of oma, die woonde om de hoek, heden ten dage komt het kind alleen thuis, want moeders moet helpen geld verdienen voor de hypotheek en de dure bijdrage aan de opleiding van haar kroost, oma is verdwenen in een aanleunwoning of een bejaardensoos, gehuisvest ergens aan de rand van de stad of dorp in een grote stenendoos.
De ouders hebben geen vrije keuze, betalen nog maar eens een extra rekening voor die naschoolse opvang, onpersoonlijk en steriel, heerlijk motiverend voor de gemiddelde kinderziel. Eenmaal thuis gekomen is Pa en Moe te moe om zich te verdiepen in schoolse problemen en moeten nodig aan het fast-food eten en het huishouden, dus het kind mag zichzelf vermaken met TV en computerspel, dat is educatief en beter dan de oude meester Kwel.
Kinderen werden anonieme getallen in dure rapporten waaruit moest blijken dat zwarte en/of witte scholen voldeden aan de norm(en), niet het welzijn van de kinderen stond voorop, want de hygiĆ«ne was niet aanwezig toen de rapporten worden opgemaakt. Dat was toevallig een andere afdeling, maar moest wel door de school worden betaald. Stoffige vloeren, vuile wc’s, smerige gymlokalen, die wegens het afschaffen van het vak lichamelijke opvoeding trouwens toch al nutteloos waren geworden.
De overheid maakte het onderscheid, zij mocht spreken over de witte en zwarte scholen, dan ineens was het geen discriminatie, maar slechts een aanwijzing of beschrijving, wee diegene die het durfde dit aan te klagen, vroeg of laat was dat om problemen vragen.
Maar niemand maakte zich er druk over, wel constateerde men na lijvige rapporten en dure onderzoeken dat de conditie van de jeugd was gedaald en hun omvang was gegroeid, had dat vak lichamelijke opvoeding dan toch iets te betekenen, of …….ach nee, met de huidige problemen van kleding op de gemiddelde school, zit niemand te wachten op een extra probleem van kinderen die van thuis uit niet aan deze orgie van half ontklede lichaamsbeweging mee mag doen.
Ik ben geen onderwijsdeskundige, maar constateer dat in ieder dorp of gehucht wel gebouwen leeg staan, waar ooit werd les gegeven, ja ik weet het, dat is de nostalgie van Aap Noot Mies en dat is nu zegt men onbetaalbaar, we geven liever vermogens uit aan onderzoek naar dure vervoerssystemen die niet functioneren, zoals magneettreinen of andere futuristische onzin, of kapitalen aan onderzoeken voor het leefbaar houden van het platteland. Verder zijn er nauwelijks fatsoenlijke bussen of treinen die een goede verbinding tot stand brengen tussen de dorpen en steden.
We willen de verstedelijking en de forensen en de files bestrijden, maar verplichten honderden, duizenden mensen uit de regio’s en dorpen hun kinderen middels eigen vervoer naar en van school te halen en te brengen om zo een negatieve bijdrage te geven aan ons dierbare milieu en de drukte op de weg.
Het heeft niets met onderwijs te maken, maar jeugdcriminaliteit gebeurt door jongeren die dus niet op school zitten, hoe kan dat ook, want geen leerkracht is meer klassikaal bezig, kent zijn pappenheimers nauwelijks, dus wie afwezig wil zijn doet dat gewoon. De administratie stuurt een obligaat standaard briefje naar de ouders, welke vermoedelijk door de jeugdige zelf wordt beantwoord en vanwege een gebrek aan sociale controle glijdt er weer een kind af naar de verdommenis dank zij de onpersoonlijke kleine mensenfabrieken, die school heten te zijn.
Kostbare miljoenen verslindende reorganisaties hebben in het onderwijs plaats gevonden, leerkrachten zijn ware vergadertijgers geworden om alle rapporten en verslagen en contacten te notuleren, agenderen en het rooster rond te krijgen, maar het KIND is de dupe van de rekening.
Onvoorbereid, slecht gemotiveerd, laag en ontoereikend breed georiƫnteerd moeten zij aan de maatschappij gaan deelnemen, waarvan ze nauwelijks enige notie hebben, want de voorbeeld functie van de ouderen en de leerkrachten is geheel weggevallen.
Scholen zijn niet meer dan opbergplaatsen van de jeugd geworden, de jeugd die weliswaar de toekomst schijnt te hebben, maar waar wij vergeten zijn een heden en een verleden aan te geven.
Ooit zei iemand (Seretse Khama) Een natie zonder verleden is een verloren natie, mensen zonder verleden zijn mensen zonder een ziel.
Van een land met een uitstekende opgeleide jeugd, die taalkundig en algemeen gevormd de gehele wereld in kon en overal een graag geziene werker of partner was, is verworden tot een natie met verweesde kinderen, die ronddolen en al moedeloos zijn voor ze begonnen zijn.
Waar leerkrachten uitgeblust, depri, afgekeurd of ongemotiveerd hun tijd uitzitten, wachtend op het volgende decreet van het alom aanwezige Ministerie van Onderwijs dat in al haar wijsheid miljarden verslind maar niet is staat is gebleken om ondanks haar wildgroei, die nagenoeg het aantal leerkrachten ruimschoots zou kunnen overtreffen, in staat is gebleken een fatsoenlijk werkend en door een ieder geaccepteerd goed functionerend onderwijssysteem op te leveren.
Wellicht nog maar eens wat miljoenen uitbesteden aan externe deskundigen, die opnieuw wielen gaan uitvinden, of kapstokken, waaraan de almachtige overheid haar onkunde en onbenul aan kan ophangen of als kruiwagen kunnen gebruiken om hun enorme berg papier en decreten aan de man te brengen.
Wanneer gaat er iemand eindelijk eens wat aan deze waanzin van de dag doen, wie durft dit ambtelijke gekkenhuis te schonen en te ontdoen van al het overtollige, waar onze dure belastingcentjes verdwijnen in een welhaast bodemloze put, zonder enig voordeel of nut.
Ach dat is alles wat is overgebleven van mijn arme kleine Nederland, dat lag ooit aan de vroegere Zuiderzee, maar in de cijfers tellen niet meer onze kinderen, maar de hoeveelheid CITO’s slechts nog mee.
Tidak ada komentar:
Posting Komentar